Category Archives: Dutch

Het was maar een grapje!

Kästner, Erich | 1931/2013 | Naar de haaien [orig. Der Gang vor die Hunde] | Lebowski publishers, Amsterdam, 2014 | 155p.


Naar de haaien, het meesterwerk van Erich Kästner, is de diep pessimistische getuigenis van de nogal verwarde periode kort voor Hitler in 1933 de macht greep. Het manuscript – te explosief voor de uitgever omwille van uitbundige seksscènes, de feitelijke weergave van wijdverspreide losbandigheid tijdens de Weimarreupliek – werd voor publicatie gewijzigd en ingekort en in tegenstelling tot de oorspronkelijke bedoeling van Kästner, uitgegeven onder de titel Fabian. In 2013 werd de oorspronkelijke roman woord voor woord bewerkt door de Kästner-expert Sven Hanuschek en gepubliceerd onder de oorspronkelijke Kästner titel: Der Gang vor die Hunde. Ik las hem in de uitstekende vertaling door Maaike Bijnsdorp en Lucie Schaap: Naar de haaien.

Naar de haaien vertelt het verhaal van Jakob Fabian, een werkloze Duitse arts die in het begin van de jaren dertig door de Berlijnse nacht dwaalt als een afstandelijke getuige van de constante losbandigheid waarin de Berlijners de finale ineenstorting van de Weimar republiek afwachten, met zijn talloze bordelen, extravagante kunstenaarsstudio’s en illegale pubs waar mensen dronken, leefden en op de een of andere manier liefhadden alsof morgen niet bestond. Op zijn reis door de Berlijnse onderwereld ervaart Fabian een zoete maar teleurstellende liefde, de bittere strijd tussen communisten en nationaalsocialisten, de zelfmoord van een idealistische man en uiteindelijk het einde.

Lees meer:

https://birgit-boellinger.com/2015/05/10/erich-kastner-fabian-der-gang-vor-die-hunde/

https://dieschreibmaschine.net/2021/03/17/schmoeker-der-gang-vor-die-hunde-von-erich-kaestner/

https://www.tzum.info/2014/05/recensie-erich-kastner-naar-de-haaien/

‘Het gewete… da zèn… da zèn… de niere van ne mens…’

CLAES, Ernest: De Witte, (1920)

De Witte werd wakker en deed onmiddellijk zijn oogen wijd open. Zijn eerste gewaarwording was: verbazing, zoo vlak voor zijn oogen de slaapkamer te zien, het bed van Heinke daar in den hoek, de oude broeken aan den kapstok tegen den muur, heel den doodgewonen rommel van de kelderkamer met haar niezigen, onfrisschen zweetreuk van iederen morgen. Hij droomde juist dat hij te paard zat en vierklauwens over den steenweg vloog, daarna was ‘t iets van een nieuwe broek, – toen hij wakker werd en de alledaagschheid van de dingen in de kamer zoo brutaal op hem neersloeg. Hij deed zijn oogen weer toe, of ‘t nog terugkomen zou.. neê, de vervelende weekdag die weer begon, de school, de meester, verdrongen in zijn kop alle ander denken.

Lees verder De Witte online.